Als u wilt weten wat faalkosten uw bedrijf kosten, is er één eerlijk antwoord mogelijk: dat weet u niet. En u bent niet de enige. In het bekendste Nederlandse onderzoek naar faalkosten gaf ongeveer 45 procent van de ondervraagde directeuren aan niet te weten hoe hoog de eigen faalkosten waren.
Daarin bent u geen uitzondering. Het is wel het logische startpunt voor verbetering.
Het cijfer dat u overal leest, klopt niet meer
In vrijwel elk artikel over faalkosten in de bouw duikt hetzelfde getal op: 11,4 procent van de omzet. Dat cijfer komt uit onderzoek van USP Marketing Consultancy en dateert uit 2008. Het was toen al een schatting op basis van zelfrapportage, en het is inmiddels bijna twintig jaar oud.
Er is sindsdien geen recent, breed Nederlands faalkostenonderzoek meer verschenen dat een percentage van de omzet noemt. Wel deed ABN AMRO in 2019 navraag bij ruim honderdvijftig bedrijven in bouw en vastgoed. Daar schatte een meerderheid de faalkosten juist onder de vijf procent. Twee onderzoeken, twee totaal verschillende uitkomsten.
Waarom dit ertoe doetAls u een verbeterplan onderbouwt met een percentage uit 2008, prikt een goed geïnformeerde directeur daar in één zin doorheen. En dan bent u niet alleen dat argument kwijt, maar ook het gesprek.
Wat wél vaststaat
Uit datzelfde onderzoek van ABN AMRO komen twee bevindingen die veel bruikbaarder zijn dan een percentage.
Ten eerste: installateurs scoren het slechtst van de hele keten. 53 procent van de installateurs schatte de eigen faalkosten boven de vijf procent, tegen 33 procent van de hoofdaannemers. Dat is logisch als je bedenkt waar de installateur in de keten zit: als laatste. Fouten van anderen stapelen zich op en komen bij u op de bouwplaats samen.
Ten tweede: het ontstaat vooral in de uitvoering. 54 procent van de faalkosten ontstaat volgens de respondenten in de uitvoeringsfase, 32 procent in ontwerp en voorbereiding. De meest genoemde oorzaak is tijdsdruk, gevolgd door slechte werkvoorbereiding en communicatiefouten op de bouwplaats.
Waarom besparen niet werkt en meten wel
De gebruikelijke reflex is een verbeterproject: een training, een nieuw systeem, een checklist. Het probleem daarmee is dat u niet kunt aantonen of het heeft geholpen. U had geen nulmeting, dus u heeft geen eindmeting.
Wij adviseren de omgekeerde volgorde: meet eerst, op projectniveau, en accepteer dat de eerste meting nog grof is.
- Pak vijf tot tien afgeronde projecten. Niet uw beste en niet uw slechtste. Gewoon de laatste tien.
- Leg calculatie naast nacalculatie, per werksoort. Niet één totaal, maar uitgesplitst. Het verschil zit bijna nooit gelijkmatig verdeeld.
- Zoek per project de drie grootste afwijkingen op. Vraag de uitvoerder wat daar gebeurd is. Niet in een vergadering — op de bouwplaats, met de tekening erbij.
- Noteer per afwijking in welke fase de oorzaak lag: verkoop, engineering, werkvoorbereiding of uitvoering.
- Tel op. Nu heeft u een eigen cijfer. Geen sectorgemiddelde, maar het uwe.
Deze exercitie kost een paar dagen. Wat u eruit haalt, is de eerste harde uitspraak die u ooit over uw eigen faalkosten kunt doen.
De hefboom is groter dan u denkt
Reken het door met uw eigen marge. Bij een rendement van tien procent op de omzet betekent één procent omzetderving door faalkosten een daling van tien procent van uw resultaat. Dat is een rekenkundig harde uitspraak die geen omstreden branchepercentage nodig heeft.
Drie ingrepen die direct effect hebben
Vrijgave van werk. Spreek af dat geen werkpakket start voordat tekening, materiaal en toegang aantoonbaar geregeld zijn. Eén overzicht met drie controlepunten volstaat. Houd het eenvoudig, anders wordt het in de praktijk overgeslagen.
Meerwerk op de dag zelf. Geen meerwerk zonder vastlegging op de dag van uitvoering, met foto, oorzaak en opdrachtgever. Drie maanden later is de discussie niet meer te winnen.
Nacalculatie bespreken, niet archiveren. Elke afgeronde klus krijgt een gesprek van twintig minuten met werkvoorbereiding en uitvoering. Eén vraag: wat nemen we mee naar de volgende.
Tot slot
Stel uzelf daarom niet als doel om een vast percentage te besparen, maar om over drie maanden te weten waar het geld naartoe gaat. Dat doel is haalbaar, en het is de enige basis waarop een besparing later standhoudt.
BronnenABN AMRO, “Faalkosten in de bouw lopen jaarlijks op tot miljarden euro’s” (2019) · USP Marketing Consultancy, faalkostenonderzoek via Bouwwereld (2008) · Installatie.nl, “Wie veroorzaakt die hoge faalkosten?” (2019)


